Evacuees in Coevorden tijdens WWII.
Belevenissen en foto's van Ida Kraay.


Familie Jan de Boer

Familie Jan de Boer.

Mijn dochter en kleindochter zijn op visite. Ik kan zelf niet meer zo goed zien dus mijn kleindochter zegt:"zal ik de brief voorlezen?". Het blijkt een brief te zijn vol herinneringen aan Coevorden.

Het deed mij heel erg veel. Opeens ging er een luikje open en de herinneringen kwamen boven. Naderhand heb ik anderhalf uur aan een stuk zitten praten. Alle herinneringen en namen kwamen boven. Het was goed opgeborgen geweest.

Nu ik dit in ga spreken, want daarna zal mijn schoondochter het uittikken, ga ik terug naar 1944. Mijn naam is Ida Kraay, geboren 2 mei 1932. Het was 1944, het was koud, we kregen honger. Mijn ouders probeerden alles om aan eten te komen, lange rijen voor de gaarkeuken, voor een soort soep. Meestal wisselden we af. Eerst mijn zus een tijdje, dan ik in de rij en uiteindelijk met de pan was mijn moeder aan de beurt.

Het vervelende was dat ik dat voedsel niet kon verdragen, en steeds qua gezondheid achteruit ging. Nu ik zelf 4 kinderen en 8 kleinkinderen heb, lijkt het mij zo ontzettend moeilijk om een meisje van 12 jaar ineens zomaar mee te geven aan vreemden, ook al is het dan om de overlevingskans te vergroten. De herinneringen aan mijn ouders staan mij niet meer goed in het geheugen. Of zij gehuild hebben? Hoe dat is gegaan? Ik weet het niet meer. Ik denk dat ze ons verteld hadden dat wij op vakantie gingen en erg lekker eten zouden krijgen. Het standpunt van mijn ouders is geweest:"of zij gaat dood bij ons of wij geven haar het leven". Dat zou de basis van het besluit geweest moeten zijn.

Ik denk dat mijn vader veel bijvoeding voor mij probeerde te kopen en het laatste wat in mijn herinneringen naar voren komt, is dat hij 10 gulden betaalde voor 1 eitje!

Zo werd het januari 1945. Via de Waalkerk in Amsterdam-Zuid kregen wij de kans om met een schip naar Drenthe te gaan. Het werd de stad Coevorden. Ik weet niet zeker of mijn ouders mij weg hebben gebracht of dat we per groep zijn gegaan. Het schip lag achter het centraal station en toen wij aankwamen kregen wij een naamplaatje om de nek. We gingen het schip op en met een ladder gingen we het ruim in, onder de planken waar normaal de kolen of het turf lag. Aan de zijkanten lag stro.

Op het schip gekomen bleek het niet zon grote groep. Of het 20 of 30 kinderen waren kan ik mij niet herinneren. Wel weet ik dat er 3 grote jongens en nog een meisje waren. Die jongens waren Rob Smelt, Kees van Veelen, Louis Ypma en het meisje Tiny Ypma, de zus van Louis. Wij waren 12, 13 en de jongens 13, 14. In mijn herinnering zaten die al op de MULO of HBS. Ik zat toen in het 7de leerjaar.

Het schip ging varen. Wij hebben ons bezig gehouden met de kleintjes. Dat waren kinderen van 5, 7 jaar. Er waren veel verdrietige kleintjes aan boord. Tiny en ik hielden die bezig. Als eten kregen we een soort erwten soep. Er was geen toilet maar een soort tonnetje. Dat was allemaal heel erg vies.
,BR> Ik weet ook dat we veel beschoten zijn. Of de tocht 2 of 3 dagen heeft geduurd, weet ik niet meer. De schipper, kapitein, vond het op een gegeven moment te gevaarlijk worden en toen zijn wij allen van de boot afgegaan. Met zijn allen zijn wij toen, net als een paard vroeger een boot voort trok, met een touw langs de kant gaan lopen. Uiteindelijk zijn wij via het IJsselmeer in Steenwijk (BvdW:Waarschijnlijker is Hasselt) terecht gekomen, in de avond. In mijn herinnering was er een groot gebouw met het rode kruis erop , daar zullen we wel eten hebben gekregen, en daar hebben wij geslapen. De volgende dag zijn wij met een soort boedeltreintje (BvdW:Dedemsvaartsche Stoomtram Maatschappij), ik zie voor mij een trein met allemaal houten bankjes en kamertjes, naar Coevorden gebracht. In Coevorden aangekomen zijn wij ook weer in een groot gebouw met een rood kruis onder gebracht, een school of kerk (BvdW:waarschijnlijk het St.Anthoniusgebouw Sallandschestraat), ik weet het niet meer zo precies, en daar zijn wij, zoals je nu misschien zou zeggen, ontsmet.

Ik had lange krullen en die werden er radicaal afgeknipt, wat erg verdrietig was. Toen kwamen er mensen die ons ophaalden. Er was een lijst met namen en er werd gezegd dat Ida Kraaij en Tiny Ypma naar Jan de Boer mochten. Een zekere mevrouw de Boer of een dochter nam ons mee.

Jan de Boer bleek een hele grote kruidenier(BvdW:grondlegger van het Super de Boer concern) in de Friesestraat, volgens mij nummer 17. Wij mochten oom en tante zeggen. Deze mensen hadden zelf 6 kinderen. Door de brief floepten de namen van de kinderen zo mijn mond uit. De oudste heet Jan, de tweede Tije, de derde Evert en de vierde Gerrit. Er was een dochter Jannie, en nog een die buiten de deur werkte. Die zag ik niet zo veel.

Wij hebben daar een geweldige tijd gehad. Ze hadden ook een dienstmeisje en die hete Alie. De allereerste keer dat wij daar aan tafel zaten kregen wij heel weinig te eten. Tiny en ik keken elkaar aan, wat krijgen wij weinig, maar het was een maaltijd. In mijn herinneringen kregen wij als toetje griesmeel met rozijntjes en bessensap. Maar hele kleine beetjes. Er werd gezegd dat als wij er langer waren wij net zo veel mochten eten als wij wilden. Maar als wij toen meteen zo veel zouden eten, zouden we ziek worden. Dat staat zo sterk in mijn herinnering, wij wilden wel 3 keer zo veel eten.

Wij zijn daar zo fijn opgevangen. In mijn herinnering is er ook een keer dat wij aan tafel zaten. En er was zon een kabaal , dat bleken bommen te zijn die op het station werden gegooid.(BvdW:Maart 1945) Dat hadden wij nog nooit meegemaakt. In Amsterdam zijn er wel bommen gevallen, in de Uterpestraat en nog een paar straten, maar Amsterdam is verder niet gebombardeerd. Wel dat er luchtalarm was en wij de schuilkelder in moesten of bij mensen aanbelden omdat wij tijdens een luchtalarm niet op straat mochten zijn. Dat kan ik mij nog herinneren van Amsterdam.

Bij de Jan de Boer was de bomaanslag erg angstig. Tiny en ik kropen onder de tafel. Achteraf blijkt Coevorden veel gebombardeerd te worden. Het ligt natuurlijk aan de grens van Duitsland.

Wij zijn daar zo goed opgevangen dat toen wij vaker naar de kerk gingen, er kinderen van onze leeftijd op ons afkwamen. En dat is ook zo gebleven. Wij hebben hele leuke kring gevormd van kinderen van dezelfde leeftijd en nu ik het in zit te spreken, weet ik alle namen nog. Mijn vriendinnetje was Annie Feijen, haar broer Appie. Een jongetje Bennie Stevens. En Wim de Graaf, en wij hadden natuurlijk Rob, Kees en Louis, en bij de meisjes was Ina Menkveld. Dat groepje was zo hecht.

Uit de kerk dronken we dan bij die en dan bij die koffie en wij deden spelletjes. Ik kan mijn nog goed herinnering dat wij een spel deden dat wij allen een groot laken vast hielden met een watje, en dat noemden we watje blazen. En waar het watje terecht kwam, die jongen moest je dan een kusje geven, echt die puberleeftijd.

Wij waren ook altijd bij de ander families welkom. Bij de familie Feijen konden we altijd in het pakhuis zo lekker spelen en schuilen en die mensen waren ook zo ontzettend hartelijk voor ons. En nu ik die brief lees die ik heb ontvangen, en goed kijk, en ik lees daar haven 6, krijg ik het gevoel dat het Arsenaal wel eens in die pakhuizen kan zijn gevestigd. Maar dat weet ik natuurlijk niet zeker. (BvdW:inderdaad dat klopt!)

Als je het zo vreselijk goed heb, dan ga je groeien en dikker worden en dat was natuurlijk best een probleem. De kleren, van thuis meegekregen, werden al snel te klein. Tante wist daar wel raad op Zij kon natuurlijk ook geen lappen stof kopen maar ik weet nog van een groot stuk gordijn, dat werd bij de naaister gebracht en die maakte voor ons allebei een overgooier en van een wit laken een blouse. En later is er van een geruite bedtijk voor ons een geruit jurkje genaaid. Dat staat mijn nog zo voor de geest.

Wij hebben zo goed gehad. Zij hadden het zelf ook heel erg goed. Ik weet nog dat ik mijn ogen uitkeek toen ik die eerste ochtend in die grote keuken aan het ontbijt ging en dat tante toen in 1945 Sannes fieten? beschuit of koek zat te eten. Dat was ongelooflijk. Zij hadden natuurlijk best wat voorraad voor zichzelf. Het was een grote winkel waar wij eigenlijk nooit in mochten komen en een smal straat er achter met pakhuizen waar de voorraad in ging.

Wij sliepen boven waar ook voorraad en Silobussen stonden. Daar was de kamer van het dienstmeisje en een kamer voor ons. Tiny en ik sliepen samen in een bed. Verder herinner ik mij, wij zullen er nog niet zolang geweest zijn, dat wij samen op straat mochten lopen en dat wij ineens hele mooie bloemen zagen. En wij dachten, nu gaan wij een mooie bos bloemen plukken voor tante. En toen werden wij in onze nek gepakt, wij bleken bloemen te plukken in de tuin van de burgemeester.(BvdW:hoek van Heutszsingel-Mijndert van der Thijnensingel;burgemeester Gautier)

Maar als je uit Amsterdam komt, en als kind opgroeit tussen hoge huizen, met wel wat bomen, en je hebt dan zo veld voor je waar zomaar bloemen groeien kan ik mij wel voorstellen dat we het niet konden laten. Het was natuurlijk wel erg naef van ons.

Ik weet ook nog goed dat wij vaak naar het station gingen en daar stond het huis van de familie Lukkien, Gerda Lukkien was ook een van de vriendinnen. En Ietje ten Heuvel schiet mijn nu te binnen, en een meisje die voor de honger uit Rotterdam was gekomen en die heette Epke Hulst. Volgens mij heb ik nu van ons groepje alle namen wel heb genoemd.

Wij gingen eerst nog niet naar school maar de school begon volgens mij in Coevorden op 1 april tot 1 april. Tiny was al op de MULO of HBS maar ik nog niet. Ik ben toen in april, na de paasvakantie, ook daar na de MULO gegaan, maar de school was denk ik in beslag genomen. Wij zaten achter de kerk in een lokaal.

En verder, toen het mooier weer, werd gingen we met het groepje zwemmen. We deden eigenlijk alles met elkaar, het was een hele hechte groep. Het was jammer dat onze vrijheid beperkt werd door Duitsers, de jongens moesten natuurlijk geregeld onderduiken en schuilplaatsen zoeken. Er werd veel gebombardeerd en dat was natuurlijk heel erg jammer.

De bevrijding was in Coevorden op 5 april. Wij mochten de straat niet op van oom en tante, wij stonden voor dat grote raam in de woonkamer boven de winkel en hebben de Duitsers op hun sloffen en schoenen voor bij zien trekken. Het was heel fijn maar ook een afschuwelijk gezicht. Ik weet nog dat wij op een gegeven moment hebben gezien, ik denk op het dak, Tiny en ik, dat er twee van de Duitsers van de toren af werden geschoten. Dat zijn herinneringen waar je niet graag aan terug denkt.(BvdW:In de Ned.Herv.Kerktoren bevond zich een mitrailleursnest, de Duitsers zijn vanaf de Goeman Borgiusstraat met een tankgranaatschot uit de toren geschoten, de toren bleef staan!)

Maar des te fijner was de bevrijding, wij werden volgens mij door Polen en Canadezen bevrijd.(BvdW:Canadezen) Dat was n en al feest. Jammer genoeg waren wij hier eigenlijk nog te jong voor, wij moesten s avonds op tijd weer thuis zijn. Dus dat meevieren en hossen mochten wij misschien tot 8 uur, dat weet ik niet meer precies.

Met dezelfde groep hebben wij een praalwagen gemaakt voor in de optocht. Ik weet nog, met het opmaken van de praalwagen, zei n van die jongens, hou dat takje van de heg eens vast en toen knipte hij mij in mijn wijsvinger. En dat moest gehecht worden. Ik stond dus op de praalwagen met mijn wijsvinger in het verband. Zulke dingen, ja, dat schiet je dan allemaal te binnen.

Op de foto van de praalwagen daar zie je Ietje ten Heuvel als vredesengel, en Annie Feijen, Tiny en ik zelf. Ook weet ik nog, dat staat ook achter op de foto, dat wij de 2e prijs hebben gewonnen met de praalwagen. Daar waren we vreselijk trots op. Het heeft nog heel lang geduurd voor wij naar huis gingen. Op 5 mei werd Amsterdam bevrijd, maar voordat wij thuis waren was het juli, 7 juli meen ik te herinneren. Wij zijn thuis gekomen met een vrachtwagen maar het duurde zolang, omdat al de mensen die uit de concentratiekampen kwamen, voor gingen bij het Rode Kruis.

De correspondentie met mijn ouders, ik heb nog goed in huis gezocht maar niets gevonden, ging via een Rode Kruis briefje. In Coevorden leverden we dat bij het Rode Kruis in, en dat ging dan zo via het Rode Kruis naar je ouders. Maar dat is maar heel weinig gebeurd.

Ik weet nog wel dat Tiny en ik nog langs boeren zijn gelopen om wat tarwe te vragen voor thuis in Amsterdam en dat tante nog eens aardappelen heeft gekocht en allerlei dingen, en die gaven we dan weer aan een schipper mee die naar Amsterdam ging. Maar mijn ouders hebben het nooit ontvangen, of het in beslag is genomen door de Duitsers of in de zwarte handel terecht is gekomen, ik heb geen idee van.

Zo zijn wij eindelijk thuis gekomen. Ik sprak zelfs Drents in plaats van Amsterdams. Ik had de klanken en de uitdrukkingen over genomen. Ze vonden mij maar raar spreken toen ik thuis kwam. Maar wij zijn volgens mij blijven schrijven, en ik weet dat bij mij thuis logeetjes zijn geweest. In ieder geval Annie Feijen, verder herken ik de gezichten op de foto niet zo goed.

Toen zijn wij een dagje naar Schiphol geweest. En ik ben verschillende keren nog naar Coevorden geweest. Ik vond in het archief van ons nog een trouwkaart van Tije en een geboortekaartje van zijn dochter. En een trouwkaart van Jannie de Boer. Jaren geleden heb ik in de krant gelezen dat de winkelketen van Jan de Boer ging samen met Laurens, en nu zijn het toch weer Super de Boer-winkels geworden.

Het toeval wil dat ik nog altijd mijn boodschappen doe bij Super de Boer. En vaak denk ik nog wel eens, hij is daar in Coevorden als een grote kruidenier begonnen, toentertijd al een hele grote winkel, en op een gegeven moment uitgebreid naar het Noorden, een winkel in Hoogeveen enzo verder. En dat dus eigenlijk het begin ligt bij Jan de Boer in die Friese straat, waar ik toen mocht verblijven. Ook over Evert de Boer heb ik nog wel eens iets in de krant gelezen.

Na de bevrijding had Jan ook een klein winkeltje aan de overkant van de kruidenier, in de Friesestraat, volgens mij iets van textiel, en Tije en Gerrit werkten in de kruidenierswinkel.(BvdW:nu livera lingerie)

Na de bevrijding kwam uit het pakhuis van Jan de Boer ineens een auto tevoorschijn en Tine en ik hadden nog nooit in een auto gezeten. Oom en tante namen ons mee voor een mooi tochtje, mij staat bij Woltereberg (BvdW:wellicht wordt de Holterberg bedoeld). En dan kregen we wat lekkers en zo hebben we nog menig ritje in die auto van oom en tante gemaakt.

Het was een hele hechte fijne familie, waar ik waarschijnlijk mijn leventje aan te danken heb. Het waren prachtmensen. Als je zelf 6 kinderen hebt, en je neemt er nog twee vreemde kinderen bij in huis, geweldig.

Ik ben uiteindelijk met Henry Ibelings getrouwd, en wij hebben 4 kinderen mogen krijgen. In 1964 ben ik nog met 3 kinderen een keer naar Coevorden gegaan. Mijn jongste dochter was toen 2 of 3, mijn zoon 4-5 en de oudste dochter 9. De winkel was er nog maar oom en tante woonden er niet meer boven.

Wij hebben het adres toen wel gekregen en Ik heb ze ook altijd op de hoogte gehouden van mijn verloving, trouwen, en de geboortekaartjes van de kinderen gestuurd.


Ida Ibelings-Kraay
Nieuwegein


Annie Feijen

Annie Feijen.

Annie Feijen

Epke Hulst.


Ina Menkveld

Ina Menkveld.


Annie Ten Heuvel

Annie Ten Heuvel.


Groepsfoto 1945

v.l.n.r.: Ida Kraay, Epke Hulst, Tini Ypma (zus van Louis Ypma)


Groepsfoto 1945

v.l.n.r.: Annie Feijen, Epke Hulst, Appie Feijen, Wim van der Graaf? en Bennie Stevens.

De Pampert

De Pampert
v.l.n.r. Bennie Stevens,nog niet bekend, Appie Feijen.

Bevrijdingsfeest

Bevrijdingsoptocht.
Het meisje met de vleugels is Ietje ten Heuvel, daarnaast Tiny Ypma, Ida Kraaij en Annie Feyen.
Tegen de paal geleund zit Gerda Lukkien.

Last update: 13-10-2007 by www.herdenking.nl